zaterdag 4 juni 2016

Matthijs Kleyn – Ik zie je



Prachtig boek over vluchten en gezien worden
Nadat ik het eerste deel van ‘Ik zie je’ had gelezen (het boek bestaat uit drie delen) dacht ik: weer een roman over eind-twintigers in het reservaat Amsterdam. Net als die andere boeken (zoals bijvoorbeeld Exit van Michiel Stroink) gaat het over de zoektocht naar de Zin van het leven en de Liefde. Dat kennen we nu wel.

Gelukkig bleek dit boek anders te zijn dan ik had verwacht. Fender, is namelijk niet een populaire drugs-gebruikende twintiger die probeert het leven te doorgronden. Hij heeft een bijna failliete videotheek, verafschuwt drugs en komt net uit een doodsaaie relatie als hij Lisa ontmoet. Lisa voldoet wel aan het stereotype, mooi, vluchtend in recreatief (?) coke-gebruik en hels onzeker. Lisa wil rust, maar kan alleen maar feesten, doodsbang om iets te missen en doodsbang om zichzelf tegen te komen. Fender wil ook rust, maar meer nog wil hij Lisa en dat sleurt hun heen en weer in hun relatie.

Deze tegenstelling maakt hun relatie en het boek interessant, zeker als er een kentering in hun relatie ontstaat doordat Lisa in het ziekenhuis belandt. Daarna draaien de rollen om, Lisa is de rust zelve en Fender moet op zoek naar wat hij echt wil in zijn leven naast Lisa. Deze kentering wordt prachtig omschreven en stukje bij beetje kom je er achter wat er met Lisa is gebeurd en welke impact dit op Fender heeft.

Kleyn kan goed schrijven en heeft een aangename vertelstijl die er bij mij in resulteerde dat ik een echte verhaalstem in mijn hoofd hoorde. En die stem herkende ik, al duurde het een tijd voordat ik de flaptekst ‘waarin hij het eerste levensjaar van zijn zoontje beschrijft’ herkende, Kleyn schrijft namelijk columns voor de site Famme die ik altijd lees. Ontzettend leuk om nu een boek van zijn hand te lezen. En net als bij zijn columns kreeg ik ook nu kippevel bij de laatste bladzijden van het boek. Nadat ik het had neergelegd, kon ik alleen nog maar een paar minuten naar de cover kijken. Want uiteindelijk gaat het maar om één ding: zie je me? Ik zie je.

donderdag 26 mei 2016

Michiel Stroink - Of ik gek ben




Geen wonder dat dit boek verfilmd wordt
Vorig jaar las ik het derde boek van Michiel Stroink, Exit, en dat vond ik wel een aardig boek, maar niet meer dan dat. Ik was dan ook erg benieuwd naar zijn debuut, ‘Of ik gek ben’, dat ondertussen zelfs verfilmd is en ik ben zeer aangenaam verrast. Het boek gaat over Ben die ter beschikking van de staat is gesteld en daarom rondloopt in TBS-kliniek de Regenboog voor een zedendelict. Hij kan zich totaal niet vinden in het delict dat hem ten laste is gelegd en dat maakt de weg naar resocialisatie en terugkeer in de maatschappij lang en moeilijk.

Nadat hij een mierenkolonie heeft gekocht op internet en deze mini-maatschappij gaat bestuderen bedenkt hij dat het met mensen misschien net zo gesteld is. We functioneren beter in een groep, een  groter groep dan zijn leefgroep in de kliniek, en werkmieren zijn goede mieren. Wellicht dat hij als arrogante kunstenaar daar nog wat van kan leren.

“En dat zorgt voor een lastige paradox. Zeker sociologisch gezien. Want hoe bestuur je een groet groep egoïsten die een grote behoefte aan samenleven hebben?”

Het herstelverhaal van Ben wordt opgevrolijkt door verhalen over zijn mede-TBS’ers een aantal kleurrijke figuren die allemaal hun eigenaardigheden hebben en Ben meer leren over zichzelf. Wat ik, grafisch gezien, ook erg mooi vind in dit boek is dat de hoofdstukken worden bevolkt door mieren. Zo staan op het blad van hoofdstuk elf ook elf mieren afgebeeld, een leuke onderbreking van het lezen.

In ‘Of ik gek ben’ is Stroink, wat mij betreft, veel sterker dan in ‘Exit’. Het verhaal is mooi opgebouwd met een goede twist aan het einde en je gaat Ben steeds meer waarderen als hij meer over zichzelf leert en veranderd. De tijd in de TBS-kliniek heeft hem echt goed gedaan. Het boek is zeer leesbaar door de korte zinnen en hoofdstukken en bij geen enkele zijlijn vroeg ik mij af of dit wel nodig was, dat kom je niet vaak tegen bij debuten. Je ziet het verhaal echt voor je, daarom verbaasd het me ook niets dat dit boek verfilmd is en ik ben erg benieuwd naar de film.

Voor iedereen die zin heeft in een leuk en leesbaar boek, met een beetje moraal en leuke tekeningen kan ik ‘Of ik gek ben’ zeker aanraden. En nu blijft de grote vraag, hoe zit het met zijn tweede boek ‘Tilt’, wie weet dat ik dat ook nog een keer ga lezen. 

Beoordeling: 4 1/2e ster (gewoon omdat dat kan)

donderdag 19 mei 2016

Jax Miller – Mijn naam is vrijheid



Een stoer boek
Het debuut van Jax Miller gaat over Freedom, een vrouw die twintig jaar geleden haar man heeft vermoord en in het getuigenbeschermingsprogramma is geplaatst, maar in ruil waarvoor blijft lang de vraag. Ze heeft hiervoor een groot offer moeten brengen: haar kinderen afstaan ter adoptie. Een beslissing waar ze de rest van haar leven spijt van heeft. Nu woont ze in een klein dorpje in Oregon, werkt in een café en wordt regelmatig gecontroleerd door de FBI of ze zich wel aan de regels houdt: onopvallend blijven.

Mijn naam is vrijheidHaar leven veranderd als ze hoort dat haar dochter is verdwenen, mogelijk ontvoerd door de man die zij achter de tralies heeft gezet. Dit is voor haar een non-keuze, ze moet en zal haar dochter vinden en redden en springt op een motor op weg naar Kentucky waar haar dochter is opgegroeid. Een spannende zoektocht volgt waarin je vreest voor wat er komen gaat, het boek zal toch niet voor niets beginnen met: ik heb mijn dochter vermoord, haar lichaam ligt verspreid over dit veld.

Jax Miller heeft een stoer boek geschreven over moederliefde, de enge kant van religie en een niet te vertrouwen schoonfamilie. Het boek is met vaart geschreven en leest makkelijk, al springt het soms wat van de hak op de tak. Doordat we zowel Freedoms zoektocht als de zoektocht van haar zoon Mason naar zijn zus volgen zit er veel afwisseling in het boek.

Ik vind het knap dat je Freedom, met al haar fouten, toch gaat waarderen. Wat me wel echt stoorde was dat elk hoofdstuk begint met: mijn naam is Freedom, te repetitief, leuk bedacht, maar het werkt niet. Ook lijkt het verhaal soms wat ongeloofwaardig, maar als je je daar niet te veel van aantrekt is het zeker het lezen waard. Al met al een prima debuut en ik ben benieuwd wat Miller nog meer gaat schrijven.

woensdag 23 maart 2016

Joachim Meyerhoff – Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte



Een verhaal over het leven en de dood
Het kan mijn gebrek aan kennis over de Duitse literatuur zijn, maar de titel van het boek is een zin uit ‘Die Leiden des jungen Werther’ en geeft daarmee gelijk aan waar het boek over gaat, het leven en de dood. Als Joachim besluit om auditie te doen voor de toneelschool in München wordt hij daar tot ieders verbazing ook aangenomen. Hij besluit, bij gebrek aan woonruimte bij zijn grootouders Inge en Hermann in te trekken en vertelt zowel het verhaal van zijn twintig-zijn als het levensverhaal van zijn grootouders.

Meyerhoff heeft in dit vervolg op ‘Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest’ dezelfde fantastische vertelstijl te pakken als in zijn vorige boek. Op een droge maar betrokken manier beschrijft hij hoe de dagen en jaren in München zich voltrekken en hoe zijn grootouders steeds verder aftakelen tot het leven niet meer voor hen is weggelegd. Ondertussen wordt hij zelf volwassen en leert hij om zichzelf te zijn. Maar zoals hij zelf zegt:

‘Ik wilde incognito mezelf zijn’

En dat is precies wat niet lukt op de toneelschool. Je moet je niet verschuilen, maar waarachtig zijn en Joachim is dat volgens zijn docenten niet. Hierbij volgen ellenlange beschrijvingen van zijn medestudenten, docenten, oefeningen en optredens die hij doet op de toneelschool en van de manier waarop de docenten proberen om hem af te breken en weer op te bouwen als acteur. Deze setting sprak mij absoluut niet aan en ik heb me door een aantal hoofdstukken dan ook heen moeten worstelen.

Maar, het is bijzonder hoe een boek dat zo tegenvalt toch de moeite waard kan zijn om te lezen. Het valt tegen omdat het vorige boek van Meyerhoff zo mooi was en deze setting verveling bij mij uitlokt. Toch maken zijn schrijfstijl en de laatste drie hoofdstukken heel veel goed. De manier waarop hij de naderende dood van zijn grootouders beschrijft is prachtig, vol empathie en dan voel je opeens de waarachtigheid waar Meyerhoff op de toneelschool zo lang naar heeft verlangd.

woensdag 16 maart 2016

Aziz Ansari – Moderne romantiek (i.s.m. Eric Klinenberg)



Leuk geschreven (sociologisch) boek over moderne relaties
Ansari is voor de meeste mensen vooral bekend als acteur/comedian van de Netflix serie Masters of None en heeft een uitstapje gemaakt naar de wetenschap samen met socioloog Eric Klinenberg. Het boek is populairwetenschappelijk, of zoals ze het zelf noemen humoristisch-wetenschappelijk, waarbij Ansari vanuit zijn eigen beleving vertelt over daten en relaties in het telefoon- en internettijdperk, aangevuld met wetenschappelijk onderzoek.

Eén van de belangrijkste bevindingen is dat daten en relaties zowel makkelijker als moeilijker is geworden in de moderne tijd. Er is veel meer keuze dan vroeger, toen mensen lokaal een partner zochten en vonden, maar door die keuze zijn er ook veel mensen die zich niet durven settelen, bang om de nog-net-iets-beter partner mis te lopen door nu te stoppen met zoeken. Dit wordt, net als te lezen in Nederlandse tijdschriften zoals de Flair, mooi weergegeven met het voorbeeld van Tinder. Er zijn genoeg mensen die op weg naar hun Tinder-date of zelfs tijden hun Tinder-date nog even op Tinder kijken wat het ‘nieuwe’ aanbod is. Hierdoor verliezen ze de mogelijkheid om te investeren in hun huidige date en er achter te komen dat deze date wellicht leuker is dan ze in eerste instantie hadden gedacht.

Ansari en Klinenberg hebben zelfs de moeite genomen om verder te kijken dan het Amerikaanse landschap en hebben (voor een deel zelf) focus groepen georganiseerd in Tokio, Parijs, Buenos Aires en natuurlijk de VS. Hieruit blijkt dat daten in al deze culturen veranderd is door de opkomst van telefoon en internet, maar dat de culturele normen nog steeds verschillend zijn in deze landen en niet lijken te convergeren. Het geeft vooral een interessant inkijkje in de Japanse cultuur waar de overheid subsidies geeft aan restaurants en cafés om date-avonden te organiseren in de hoop het kindertal weer te verhogen.

Deze kwalitatieve studies (focus groepen en de persoonlijke belevenissen van Ansari) worden aangevuld met bestaand kwantitatief onderzoek waaruit blijkt dat er hier sprake is van bredere trends. Mensen vinden later een vaste partner, gaan sneller uit elkaar en zijn minder snel tevreden. Weinig nieuws onder de zon dus voor sociologen
, maar wel verteld met humor en extra aandacht over hoe daten in het internettijdperk werkt en daarmee erg vermakelijk om te lezen.