vrijdag 30 maart 2012

R. J. Ellory - De helden van New York

 Hoe corrupt kan een held zijn?

De helden van New York is het vijfde boek van R.J. Ellory dat in Nederland is uitgebracht. De verhalen staan allemaal los van elkaar en dat is zowel een voordeel als een nadeel in dit boek. Het boek gaat over Frank Parrish, zoon van John, één van de helden van New York, één van de mannen die New York maffia-vrij heeft gemaakt. We volgen Frank terwijl hij probeert een man op te pakken die het leuk vindt om jonge meisjes te ontvoeren en te wurgen om snuff-movies mee te maken. Al vrij snel heeft Frank een dader op het oog, een man die bij gezinszaken werkt en toegang heeft tot de dossiers van allemaal kwetsbare jonge meisjes die onder toezicht staan of in pleeggezinnen verblijven. Ondanks dat er geen hard bewijs is tegen deze man, Richard McKee, is Frank er van overtuigd dat hij de dader is en hij zal tot het uiterste gaan om dat te bewijzen. Maar valt hij daarmee niet in dezelfde valkuil als zijn vader? Frank heeft het er erg moeilijk mee dat iedereen zijn vader als een held ziet, maar zelf weet hij wel beter, zijn vader hield zich niet aan de regels en was zo corrupt als wat.
            De helden van New York is een heel aardige detective. Het is leuk dat de moorden en de oplossing in een drukke meteropool plaatsvinden en het personage Frank Parrish is interessant. De auteur heeft ook een leuke manier om ons Frank beter te laten leren kennen, namelijk door hem in therapie te laten gaan bij een psycholoog. Het gaat namelijk niet zo goed met Frank sinds hij zijn (vorige) partner heeft verloren. Hier slaat ook gelijk het nadeel toe van het niet schrijven in een serie. De ontwikkeling van het personage moet snel plaatsvinden, hij moet snel van een egoïstische drinkende klootzak in een sympathieke zak veranderen en dat lukt minder goed in één boek. Ook de afwikkeling van het verhaal vind ik getuigen van Amerikaans simplisme. Te emotioneel, te veel drama en een te snelle samenvoeging van de laatste loodjes waarna alles weer koek en ei is. Dat viel me tegen. Ook moest ik wennen aan de opmaak van het boek en de schrijfstijl. Ik vind het lettertype niet heel fijn lezen (bijvoorbeeld punten die eigenlijk vierkantjes zijn die 45 graden gedraaid zijn). Ook Ellory’s gebruik van opsommingen is niet helemaal mijn ding. Toch krijgt dit boek van mij een zeer ruime voldoende. Het is een spannend verhaal, het plot zit goed in elkaar en ik wilde het boek op een geven moment echt uitlezen, dat zijn goede tekens.

vrijdag 16 maart 2012

Meet & Greet Lars Kepler

Op dinsdag 6 maart was ik één van de ongeveer dertig ‘getuigen’ van de meet & greet met het schrijversechtpaar Kepler georganiseerd door Crimezone. Het was hartstikke leuk, zowel om Alexander & Alexandra te ontmoeten als om andere lezers te zien. Een aantal leuke weetjes over Lars Kepler & de serie:
o        Alexander is een groot fan van wetenschappers en Kepler is dan ook een verwijzing naar de astronoom Johannes Kepler. Johannes Kepler bedacht dat de planeten niet in cirkels maar in ellipsen om de aarde draaiden en daardoor kon hij de baan van de planeten beter verklaren dan de anderen. Lars is een eerbetoon aan de overleden schrijver Stieg Larsson.
o        Alexander & Alexandra stellen zich Lars Kepler voor als een wat oudere man, jaar of vijftig, zestig, met een wat kalig hoofd en een baard. Hij houdt heel erg veel van modeltreintjes. In het begin hadden ze dit beeld van Lars Kepler nodig om in hun rol als schrijvers te komen, tegenwoordig hebben ze alleen de hoofdpersoon Joona Linna nodig.
o        Er komen in totaal acht delen, niet tien, zoals ‘gebruikelijk’ is in de Zweedse thrillerliteratuur.
o        Iets anders wat ongebruikelijk is, is dat ze een echte held als hoofdpersoon wilden en niet een wat oudere, zwaarmoedige man die zijn gezin niet meer ziet. Alhoewel dat laatste ook voor Joona Linna waar is.
o        De rechten van de films zijn al verkocht en de eerste twee delen worden al geschoten door verschillende regisseurs.

Lars Kepler - Getuige


Vertel de waarheid, voordat deze jou acherhaalt!
Getuige is het derde boek van Lars Kepler, het pseudoniem van het schrijversechtpaar Alexander en Alexandra Ahndoril. Het verhaal speelt zich in eerste instantie af in een psychiatrische jeugdinrichting. De begeleidster van de meisjes in de inrichting voelt iets bewegen. Als ze uit gaat zoeken wat er aan de hand is, wordt ze aangevallen door iets of iemand die ze niet thuis kan brengen. Ze vlucht naar buiten, naar de oude bakkersoven, waar ze later door de politie gevonden wordt. Dood. Ook één van de pupillen is vermoord en een ander is op de vlucht. Is deze pupil de dader of slechts een getuige van het drama? Inspecteur Joona Linna wordt als waarnemer van de nationale recherche naar de plaats delict gestuurd. Daar probeert hij zonder enige autoriteit, noch met veel medewerking, de zaak te onderzoeken. Daarbij wordt hij bijgestaan, of lastiggevallen, afhankelijk van hoe je het bekijkt, door Flora. Flora doet alsof ze een paragnost is, maar weet zelf ook wel dat dit niet zo is. Tot ze beelden over de moord binnen begint te krijgen. Is Flora dan de moordenaar, of is zij juist de getuige? Al deze vragen blijven tot ver in het boek meespelen en onbeantwoord.
            Getuige is een erg goed boek. Ik kwam er gelijk helemaal in. De hoofdstukken zijn relatief kort, vaak enkele pagina’s, en daardoor blijft de vaart er goed in. Het is leuk om te bedenken dat hier een schrijversechtpaar achter zit, dat is verder niet te merken. Het boek heeft een open einde en dat vraagt naar meer. Joona Linna heeft eerder een misdadiger opgeborgen en om zijn gezin veilig te houden laat hij hun verdwijnen. Aan het eind van het boek komen we te weten dat die misdadiger het er niet bij laat zitten. Een echte cliffhanger dus!
Het boek en de serie waartoe het behoort, wordt aangekondigd als een combinatie van Nicci French en Stieg Larsson. Nu ben ik een groot fan van Nicci French, maar dit is er echt niet mee te vergelijken. Dat het met Stieg Larsson wordt vergeleken snap ik heel goed. Het verhaal heeft veel actie en een mannelijke hoofdpersoon. Terwijl het psychologische element en de bloedstollendheid, wat mij betreft, sterker zijn bij Nicci French. Je leeft wel heel erg mee met dit boek, maar ik was minder bang om ’s avonds alleen de trap af te gaan als ik zou zijn geweest als ik Nicci French had gelezen voor het slapen gaan.

woensdag 1 februari 2012

Gestolen Leven – Adam Johnson


Een ongelofelijk verhaal over de democratische republiek Korea

Deel I: de biografie van Jun-Do
Het boek gestolen leven van Adam Johnson gaat over Pak Jun-Do. Pak Jun-Do is een jongen die is opgegroeid in een wezenhuis in Noord-Korea als zoon van de wezenmeester. Als zijn vader hem en het wezenhuis verlaat is hij op zichzelf aangewezen. Hij wordt, net als veel wezen, ingelijfd bij het leger en wordt een tunnelmilitair, een soldaat die kan vechten in het donker. Hij wordt ingezet voor missies om Zuid-Koreanen en Japanners te ontvoeren naar Noord-Korea, zodat de mensen op talenschool die taal kunnen leren. Als dank voor bewezen diensten mag hij een tijd zelf naar talenschool en omdat hij Engels leert krijgt hij een baan als informatieofficier op een vissersschip. Vissers hebben een foto van hun vrouw op hun borst getatoeëerd en om niet op te vallen als spion krijgt Pak Jun-Do een tatoeage van een bekende actrice, Sun-Moon op zijn borst. Met het argument, die herkennen de Amerikanen toch niet als ze ons enteren, valt niet te twisten. Tot zo ver het langzame deel van het boek.
De eerste honderd bladzijden waren voor mij een worsteling om door heen te komen. Ze zitten (veel te) lang op zee en het verhaal grijpt je nog niet zo zeer. Dat komt ook doordat de eerste honderd bladzijden in twee hoofdstukken worden gebracht, dit versterkt het gevoel dat er geen einde komt aan het begin van het verhaal. Wat ook ‘tegenvalt’ is dat de hoofdpersoon een man is. Op de kaft is een Noord-Koreaanse in een militaire kostuur te zien en daardoor werd bij mij de verwachting gewekt dat het vanuit een vrouwelijk perspectief was geschreven.
Gelukkig krijgt het boek daarna vaart. Pak Jun-Do wordt uitgeroepen tot held van de democratische republiek Korea, omdat hij heeft geprobeerd de lichtmatroos te redden, toen de Amerikanen hem letterlijk voor de haaien gooiden. Een held worden in Noord-Korea houdt in dat je een nieuwe, hogere, functie krijgt en Pak Jun-Do rolt ongewild en ongemerkt de politiek in. Hij mag mee op handelsmissie naar Texas, waar een ingewikkeld rollenspel wordt opgevoerd en waarbij de Koreanen en Texanen elk hun eigen toneelstuk spelen. Op de terugweg wordt een verhaal bedacht over hun bezoek aan Texas dat de grote leider zal moeten behagen, aangezien ze het ‘grote en belangrijke ding’ niet hebben teruggekregen van de Amerikanen voor de Grote Leider. Tijdens het verhoor over het bezoek aan de Verenigde Staten lijkt Pak Jun-Do zich er goed doorheen te slaan en toch wordt hij naar een strafkamp gestuurd, gevangenis 33. Hier verliezen we hem uit het oog.
Dit deel heeft veel meer verhaal en veel meer vaart, het mooiste is om te zien hoe de perceptie van dezelfde gebeurtenis om kan worden gegooid en anders is voor verschillende deelnemers. De versie die Dr. Song bedenkt om de Grote Leider te sussen heeft zo veel weg van de situatie zoals deze beschreven wordt in de ogen van Pak Jun-Do dat hij net zo goed waar gebeurd had kunnen zijn. Het is een mooie les dat de verhalen anders kunnen zijn dan ze worden gebracht en dat verhalen anders gebracht kunnen worden dan ze zijn.

Deel II: de bekentenissen van commandant Ga
In het tweede deel lijken we in een moderner Noord-Korea terug te komen. Er is een nieuwe verteller, een lid van de biografieëncommissie (de ondervragingsdienst 2.0). Een van de subjecten waarmee hij werkt is commandant Ga, de man van de actrice Sun-Moon. Sun-Moon is met haar kinderen verdwenen en commandant Ga wordt verdacht van de moord. Maar zijn Sun-Moon en haar kinderen echt dood en is dit commandant Ga wel? Dat zijn de vragen waarmee we bezig worden gehouden.
            Het tweede deel vertelt ook mooi over de worsteling waarmee een jonge, moderne, jongeman probeert om te gaan. Hij is duidelijk een kind van Noord-Korea, maar is het niet eens met de oude methoden, zoals het martelen om informatie los te krijgen. Hij vindt het ook moeilijk om los te raken van het wij-denken dat verplicht is in het land. We volgen zijn ontwikkeling en de ontwikkeling in het verhaal van commandant Ga en Sun-Moon en hun kinderen. Hier maakt Johnson gebruik van een mooie stijlfiguur. Door het boek heen wordt steeds gewag gemaakt van de luidsprekers die als minaretten/kerkklokken elke ochtend de dag laten beginnen voor de Noord-Koreanen met mededelingen en waarschuwingen. Het verhaal van Ga en Sun-Moon wordt door de luidsprekers voorgelezen, ter lering en vermaak voor het Noord-Koreaanse volk.

Conclusie
Wat begon als een erg langzaam verhaal ontwikkelt zich tot een mooi, vlot verhaal over Noord-Korea, liefde, verraad, afzondering en verandering. Zodra de hoofdstukken korter worden en er vaker van vertellersperspectief gewisseld wordt krijgt Johnson mij als lezer mee in het verhaal. In het begin vroeg ik mij nog regelmatig af, wat is echt en wat is verzonnen en ook, wat is de bedoeling van het verhaal. Dat verdwijnt (gelukkig) na de eerste 80 à 100 bladzijden, waarna ik het boek in enkele dagen uit las en je je op het verhaal kan concentreren. Het is leuk om te merken dat ik Korea (Noord en Zuid) opeens overal in het nieuws zag verschijnen tijdens het lezen van dit boek (schaatsters, opening Noord-Koreaans restaurant in Nederland), toeval of toch de grotere bewustwording van dit land, wat de auteur beoogt?  
Het verhaal kan een heel klein beetje vergeleken worden met het boek van Chan Koonchung, wat een veel grotere werkelijkheidswaarde heeft, omdat ook de verbazing gewekt wordt over het leven in een land waar wij weinig van kennen (Noord-Korea vs. China). Qua omvang heeft het meer weg van de boeken van Carlos Ruiz Zafón en een deel van het spanningselement uit die Spaanse boeken vind je ook terug bij Adams.

zaterdag 7 januari 2012

Recensie Juan Marsé - De laatste middagen met Teresa

De titel kondigt een naderend afscheid aan
In ‘de laatste middagen met Teresa’ wordt het Spanje van de jaren zestig geschetst. We ontmoeten het rijke bourgeoismeisje Teresa, een linkse studente die vol is van Marx en klassenbewustzijn en die probeert boven zichzelf uit te stijgen. Ook volgen we de relatie die de straatjongen Manolo opbouwt met haar dienstmeisje Maruja. Marsé schetst een mooi, kleurrijk beeld van Spanje en vooral Barcelona in een tijdperk vol verandering. Mensen worden zich bewust van klassenverschillen en sommigen willen daar ook wat aan doen door pamfletten te verspreiden en demonstraties te organiseren. Teresa probeert de ‘echte’ wereld te leren kennen door Maruja eindeloos uit te horen over Manolo en uiteindelijk met Manolo zelf op stap te gaan. Maar doordat zij zo sterk bezig is met het ontdekken van haar ‘echte’ wereld vol klassenongelijkheid stapt zij zelf uit de realiteit.
            Marsé is een meesterlijk verteller en past doordoor goed in de reeks met grote verhalen vertellers. Dat het boek al in 1966 in Spanje is verschenen is wel te merken, maar geen obstakel, soms is het taalgebruik wat ouderwets, maar dat past goed bij het verhaal. Marsé is sterk verhalend en heeft een groot oog voor detail, hierdoor krijg je mooie beelden van de wereld waarin de hoofdpersonen zich begeven, maar het vertraagt het boek ook een beetje. De details doen denken aan bijvoorbeeld Richard Russo, maar daar vertragen de details het verhaal minder. Al met al is het een goed boek dat een inkijkje geeft in het hoofd en het hart van een jonge studente en een straatjongen in het Barcelona van de jaren zestig waarbij het afscheid dat de titel aangeeft door het boek heen voelbaar is.