Posts tonen met het label de bezige bij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de bezige bij. Alle posts tonen

vrijdag 16 februari 2018

Philippe Claudel – Het verslag van Brodeck



Waarom anders zijn er voor zorgt dat je nooit helemaal veilig bent
Brodeck is anders. Op een dag wordt hij gevonden door Fédorine, een klein kind in een brandend dorp. Ze neemt hem mee op haar wagen en leert hem de oudste taal van de wereld. Ze reizen door een landschap dat waarschijnlijk ergens op de grens van Frankrijk en Duitsland ligt. Ze komen aan in een dorp waar ze zeer gastvrij welkom worden geheten. Ze krijgen een verlaten berghut om te wonen en Brodeck groeit op in het dorp.

Hij is anders. Hij is slim en de notabelen van het dorp besluiten hem naar de grote stad in het buurland te sturen, met het geld dat het dorp voor hem inzamelt studeert hij in de grote stad. Op een dag ontmoet hij Emélia, de liefde van zijn leven. Als vreemden niet meer welkom zijn in de grote stad vertrekken ze terug naar het dorp. Daar wordt hij ambtenaar.

Claudel laat zien dat anders zijn altijd maar tot op zekere hoogte wordt getolereerd. Anders zijn laat mensen zien dat ze tekortkomingen hebben en roept angst en woede op. Als de Anderer naar het dorp komt is dat het begin van het einde van het decorum. Brodeck krijgt de opdracht om het verslag te schrijven over de Ereigniës (de gebeurtenis) met de Anderer. Dit dwingt hem om opnieuw naar zijn eigen geschiedenis te kijken en die schrijft hij in het geheim mee. Dat is het verslag van Brodeck.

Al zeker vijf jaar staat dit boek in onze boekenkast, volgens mijn man een vijf-sterren boek. Ik was al een keer begonnen, maar kwam er niet doorheen. Te veel Claudel achter elkaar gelezen was mijn diagnose. Maar ook de taal in dit boek stond me tegen. Ook nu vond ik het wel wat veel met de ‘vreemde’ woorden (bijvoorbeeld: Ereigniës, Frëmder, Anderer, Gekamdörhir) die Claudel gebruikt. Maar die taal is nodig om de omgeving van het verhaal vorm te geven. De taal die zoveel meer lijkt op de taal van het buurland, dan de taal van hun eigen land.

Claudel laat zien wat het betekent om anders te zijn. Dat je nooit helemaal veilig bent. Zodra er een gezamenlijke vijand opduikt trekt men naar elkaar toe en zoekt men iemand om op te offeren. Dat doet hij in zijn eigen magnifieke stijl, korte zinnen, scherp, mistroostig, unheimisch.. Doordat het een universeel verhaal is, niet duidelijk waar het zich afspeelt, er wordt nooit letterlijk uitgesproken wie de vijand is, past het ook erg goed bij de huidige tijd. Een tijd waarin vluchtelingen binnen komen en we moeten bedenken hoe groot onze menselijkheid is. Ik ben zo blij dat ik dit boek gelezen heb en dat ik heb doorgezet, want het vertelt een verhaal dat we allemaal zouden moeten kennen. Het blijft in je hoofd zitten. Daarom, na lang twijfelen, toch vijf sterren.

Nog één tip: lees niet de eerste bladzijde met de ‘achterflap’ van het boek, maar lees het verhaal en laat je overrompelen. 








zaterdag 25 november 2017

Aravind Adiga – De laatste man in de toren



Bijzonder boek over hoe samenhang om kan slaan in uitsluiting
Tja, je bent een socioloog of je bent het niet. En in dit boek kan ik niets anders lezen dan het cohesievraagstuk van Durkheim, waarin samenhang omslaat in onthechting. En dan gaat het boek ook nog eens over wonen, gentrificatie en de verschillen tussen huren en kopen, een beter boek had ik dus niet kunnen kiezen om te lezen na het afronden van mijn proefschrift over de sociale en politieke gevolgen van eigenwoningbezit.

In Bombay wordt gebouwd, veel gebouwd, en de projectontwikkelaars staan te springen om nieuwe stukken grond zo dicht mogelijk bij het centrum van Bombay. Shah, één van deze gehaaide projectontwikkelaars heeft zijn oog laten vallen op Toren A en Toren B van de Vishram corporatie, een coöperatieve bewonerscorporatie. Dit slaat gelijk een wig in de corporatie, de meesten willen wel verkopen, maar de toren kan pas gesloopt worden als alle bewoners akkoord gaan. De oude leraar Masterji besluit dat hij niet weg wil, hier heeft hij altijd gewoond en zijn vrouw en dochter verloren, zijn vrienden wonen hier, hij gaat niet weg.

Terwijl het ene na het andere gezin besluit om toch in te gaan op het aanbod van de projectontwikkelaar, wordt de druk op Masterji om ook het geld aan te nemen steeds groter. Shah en zijn linkerhand Shanmugham zetten de bewoners één voor één onder druk, maar Masterji laat zich niet ompraten of omkopen. De hebzucht en onmacht van de bewoners van Toren A wordt nog sterker als de mensen uit Toren B vertrekken en ruim van te horen hun geld uitgekeerd krijgen. De pesterijen en bedreigingen tegen Masterji nemen toe en zorgen ervoor dat hij compleet alleen staat in de toren en de andere bewoners zichzelf niet meer terug kennen.

Adiga heeft een bijzondere en ietwat ingewikkelde stijl. Hij introduceert veel personages, de tien (?) gezinnen in de toren, vrienden en familie van die gezinnen, de portier, de schoonmaakster, Shah en zijn personeel en zoon, priesters en marktkooplui. Zelfs binnen de corporatie hield ik niet altijd bij welke verhaallijnen bij elkaar hoorden, ondanks de soms duidelijke karakteristieken, zoals mevrouw Rego, die consequent met ‘de communiste’ wordt aangeduid. Interessant zijn ook zijn beschrijvingen van India en de verschillende klassen daarbinnen, de bedelaars, de arbeiders in de sloppen, de rurale migranten, de middenklasse en de rijken. Ook heeft de veelvuldigheid aan religies een sterke rol binnen het boek en het wantrouwen tegen bijvoorbeeld moslims. Hoe mooi ik het boek meestal ook vond, de beschrijvingen zijn regelmatig herhalend en het boek daardoor langzaam. Als dat niet bezwaarlijk is en je bent benieuwd naar een beschrijving van Bombay door een bewoner dan is dit zeker een goed boek om er bij te pakken.