zondag 27 oktober 2013

Arjen Lubach - IV



Winnaar van de Crimezone Debuutprijs!

Vijf debuutthrillers streden om de Crimezone Debuutprijs. Samen met 9 andere fervente thrillerlezers in de Crimezone Club van Tien mocht ik deze vijf boeken lezen en recenseren. Eindelijk mogen we nu de recensies plaatsen nu vanmiddag de winnaar bekend is gemaakt: IV van Arjen Lubach heeft gewonnen. Erg leuk, omdat ik naast Arjen Lubach zat tijdens de prijsuitreiking konden we gelijk even samen met de prijs op de foto! 




Het leven van Elsa Ruys komt volledig op zijn kop te staan als ze een telefoontje krijgt dat haar vader is overleden en met geweld om het leven is gebracht. Ze laat haar vriend en kind achter in hun zomerhuis in Zuid-Frankrijk en vliegt naar huis. Haar vader, emeritus hoogleraar Marcel Ruys, blijkt bezig te zijn geweest met een heel bijzonder onderzoek, een onderzoek dat hij met zijn leven heeft willen beschermen. Om de kennis niet verloren te laten gaan heeft hij een speurtocht ontworpen voor zijn dochter Elsa, een ontzettend slimme wiskundige, die samen met een studente kunstgeschiedenis en een oude vriend van haar vader probeert te achterhalen waar haar vader mee bezig is geweest. Deze speurtocht leidt ze door Amsterdam, Delft en uiteindelijk terug naar Zuid-Frankrijk waar het antwoord van de speurtocht het drietal in groot gevaar brengt.

IV is een fantastisch geschreven actie-thriller met heerlijke mogelijk waargebeurde elementen. Het leger van drie, een speciale en supergeheime eenheid heeft het op onze drie speurders gemunt, maar waarom, daar komen we maar stukje bij beetje achter. Lubach heeft een goede verhaallijn uitgezet waarin het plot slechts stukje bij beetje wordt vrijgegeven. Je kunt heerlijk meespeuren met het drietal en de spanning heeft ervoor gezorgd dat ik het boek in no-time uit heb gelezen. Ik ben zeer enthousiast en ben erg benieuwd wat Lubach nog meer kan schrijven binnen het thriller-genre.

woensdag 23 oktober 2013

Åke Edwardson – Witte Ruis



Een bijna filosofisch misdaadverhaal
Witte Ruis is het boek over de terugkeer van Erik Winter, (hoofd)inspecteur van de afdeling ernstige delicten in Göteborg. Hij reist op en neer tussen zijn gezin in Spanje, zijn team in Göteborg en zijn eigen gedachtewereld. In Göteborg wordt een dode vrouw gevonden, ze is neergestoken, in het huis bevinden zich nog drie kinderen, de oudste twee zijn ook gedood, de baby heeft het wonderbaarlijk genoeg overleefd. Het is aan Erik Winter, Bertil Ringmar en hun team om uit te zoeken wat hier is gebeurd. De vader van het gezin woont aan de andere kant van het land en probeert na dit drama zo goed en zo kwaad als het gaat voor zijn jongste dochter te zorgen. Winter gaat op zijn eigen typische manier op zoek naar antwoorden, ondertussen gehinderd door de constante ruis in zijn oren, een erfenis van een eerdere hersenbloeding. De vraag is: kan hij deze zaak oplossen?

Edwardson heeft een heel bijzonder boek geschreven, de hoofdpersoon zit in de knoop met zichzelf en zijn gezondheid zoals we dat vaker zien in Scandinavische thrillers, maar door zijn gedachtegangen (te) letterlijk weer te geven krijg je het gevoel dat Winter geen grip heeft op zichzelf en de zaak. Het is zelfs bij me opgekomen of Winter niet zelf de dader is in dit verhaal, zo vreemd als hij zich soms gedraagt. Door de gedachtewereld van Winter zo sterk op de voorgrond te plaatsen creëert Edwardson een bijna filosofisch misdaadverhaal. Niets is duidelijk, er wordt volop nagedacht over levensvragen en het perspectief wisselt voortdurend. Dit steeds wisselende perspectief maakt het boek wel moeilijker om te lezen, alleen een witregel scheidt verschillende perspectieven en dit had voor mij best wat grafischer mogen worden weergegeven. Dit zorgt er ook voor dat het een moeilijk boek is, een boek voor de gevorderde thrillerlezer wellicht, maar sowieso een boek dat de moeite waard is om doorheen te geraken. Zodra de eerste helft achter je ligt blijft het genieten over.

woensdag 2 oktober 2013

Almudena Grandes – De vijand van mijn vader



Wat is er mooier dan de Guardia Civil?
Nino is negen jaar en het leven is al voor hem uitgestippeld. Zijn vader zit bij de Guardia Civil en als hij groot genoeg wordt, dan mag hij ook toetreden inclusief alle privileges die daar bij horen. Maar, hij is aan de kleine kant en daarom besluit zijn vader dat hij moet leren typen, als hij dan geen Guardia Civil kan worden, kan hij altijd nog ambtenaar worden. Ambtenaren kunnen namelijk ook goed voor hun familie zorgen. Nino wil echter beide niet, hij ligt in zijn bed naar zijn ouders te luisteren en besluit dat hij in ieder geval geen Guardia Civil wil worden en misschien ook wel geen ambtenaar. Hij leert steeds meer van de wereld kennen door zijn typlessen bij de communisten en door zijn vriend Pepe die in een oude molen woont en hij komt er achter dat de wereld niet is zoals hij wordt voorgesteld. De bandieten in de heuvels zijn helemaal niet zulke grote bandieten en het communisme heeft eigenlijk wel wat. Als hij gaat studeren in de grote stad moet hij kiezen tussen de weg van zijn vader en de weg van zijn vrienden en blijkt dat niet elke vijand een echte vijand is.

‘De vijand van mijn vader’ is een nieuw verhaal van de fantastische Spaanse schrijfster Almudena Grandes. Haar vorige boek ‘Het ijzige hart’ heb ik met heel veel plezier gelezen. Ook dit boek heeft een erg mooi verhaal over hoe je wereldbeeld wordt veranderd als je ouder wordt en hoe de wereld van jou en je ouders kunnen verschillen. Wel vind ik dat Grandes erg veel probeert te vertellen in het verhaal, een te lange tijdsperiode wellicht?, en daardoor zijn niet alle verhaallijnen even goed uitgewerkt. Maar dat maakt ze in mijn ogen helemaal goed door de mooie beschrijvingen van de omgeving en het gevoelsleven van de jonge Nino. Dit boek is dus zeker niet zo goed als ‘Het ijzige hart’ maar wel de moeite waard om te lezen en je mee te laten voeren naar het Spanje van de Guardia Civil.

donderdag 11 juli 2013

Joost Heyink – De Psycholoog



Paranoïde of echt in gevaar?
In ‘De psycholoog’ van Joost Heyink maken we kennis met Joep Duvalier, Joep heeft net een praktijk voor psychologie geopend voor mensen die niet in het reguliere circuit terecht willen of kunnen. De patiënten komen mondjesmaat binnenlopen met de gebruikelijke problemen: echtscheiding, liefdesverdriet, rouwverwerking, behalve zijn eerste patiënte, Maja de Ridder. Maja heeft moordneigingen naar haar man toe die haar, naar eigen zeggen, mishandelt. Joep weet niet goed wat hij aan moet met deze patiënte die alles ontregelt en hem mee lijkt te slepen in een wereld van corruptie, vastgoed en zware jongens. Gelukkig heeft hij een stamkroeg en een goede vriend die heel veel over geschiedenis weet en hem uit benarde situaties wil redden. Maar ligt deze hele situatie nu aan Maja of aan zijn eigen paranoïde geest?
Dit is het eerste boek van Joost Heyink dat ik lees en ik vind dat hij een prettige schrijfstijl heeft. De zinnen zijn kort en hebben wat venijnigs. Vooral de beschrijving van de inrichting van het kantoor in het eerste hoofdstuk vond ik heerlijk sarcastisch om te lezen. Het verhaal zelf vind ik eigenlijk niet goed genoeg. Er zit weinig vaart in het begin van het verhaal en ook de balans tussen ‘zit hij nu echt in een enge situatie’ en ‘is hij paranoïde’ is niet goed genoeg uitgewerkt. Ik had een beetje op Homeland gerekend, maar dat was het niet. En ondanks een aantal achtervolgingsscènes kreeg ik nergens het gevoel dat Joep echt in gevaar was.
Cijfer: 6

maandag 3 juni 2013

Dan Brown – Inferno


Inferno, een heerlijk boek voor op vakantie
Het nieuwste boek van Dan Brown heeft Robert Langdon weer in de hoofdrol, in ‘Inferno’, wordt Langdon wakker in Florence met een gat in zijn hoofd, hechtingen en geen idee hoe hij in Florence terecht is gekomen. Het laatste wat hij zich herinnert is dat hij over de campus in Amerika liep, en die beelden worden vermengd met waanbeelden van een vrouw met zilvergrijs krullend haar die tegen hem zegt: ‘zoekt en je zult vinden’. Dat is wat Langdon gaat doen en tijdens het zoeken duikt hij steeds dieper in de donkere wereld van het Inferno van Dante Alighieri , een Italiaanse kunstenaar die de goddelijke komedie schreef waarvan het eerst deel ‘Inferno’ heet.  In ‘Inferno’ moet Dante door de zeven kringen van de hel heen en Langdon moet diezelfde route volgen om uit te komen bij iets wat de ondergang van de wereld kan betekenen als ze het niet op tijd te pakken krijgen.

De nieuwe Dan Brown geeft je eigenlijk precies wat je verwacht, een spannend verhaal met Robert Langdon in de hoofdrol, een mooie en slimme vrouw om hem te helpen en heel veel symboliek. Deze keer niet zozeer kerkelijke symboliek zoals in De Da Vinci Code maar de symboliek zoals die door Dante werd gebruikt in zijn ‘Inferno’. Het boek is alleen niet zo spannend als De Da Vinci Code en dat komt volgens mij door twee dingen. Allereerst is het verhaal voorspelbaar geworden in zijn onvoorspelbaarheid. Alles zit er in, plotwendingen, persoonsverwisselingen, vrienden die vijanden blijken te zijn en vice versa. Maar dat is ook precies wat je al had verwacht van Dan Brown. Hij doet niets nieuws, herhaalt een oud trucje. Wat het boek absoluut niet minder vermakelijk maakt. Wat mij betreft is dit een ideaal boek voor op vakantie. Ten tweede kun je deze keer veel minder zelf meedenken met het verhaal, Dante is minder bekend dan de religieuze allegorieën uit De Da Vinci Code en ook met de kennis die ik wel had kon ik deze keer minder met de aanwijzingen. Ik was meer een volger dan een medeplichtige van Langdon deze keer.

Al met al is het dus een prima boek, spannend, veel actie, vlot geschreven , korte hoofdstukken met afwisselende vertelperspectieven. Interessante (en ook wel enge) internationale organisaties en een goed verhaal. De volgende keer zou ik alleen wat meer van Robert Langdon willen weten en wat meer zelf mee kunnen doen.


Cijfer: 7